De heidetuin

Algemeen
In een heidetuin valt het hele jaar door wel wat te beleven. Zelfs midden in de winter zijn er bloeiende heidesoorten. En als u uw heidelandschap eenmaal hebt aangeplant, is het onderhoud eenvoudig.

De grond
Heide gedijt het best op zure grond. De beste voorbewerking is om tuinturf door de aarde te spitten. Daarnaast werkt u gedroogde mest door de grond, om uw heideplanten te verzekeren van de noodzakelijke voedingsstoffen.

De plantenkeuze
Twee families komen voor de heidetuin in aanmerking: struikheide (Calluna) en dopheide (Erica). Het mooiste is een heidetuin met een zo groot mogelijke variatie aan bloem- en bladkleuren, aan hoogte en groeiwijze en met een afwisseling van zomer- en winterbloeiende soorten.

Ook andere planten die van zure grond houden, kunnen een plekje krijgen in de heidetuin. Denk bijvoorbeeld aan azalea’s, rododendrons en coniferen. Of bomen zoals de berk, den en lijsterbes, die ook in de natuur in heidelandschappen groeien.

Het planten
Het aantal heidestruikjes dat u per vierkante meter nodig heeft, verschilt per soort. Ga gemiddeld uit van 7 tot 9 struikjes en let erop dat u de verschillende soorten voldoende afwisselt. Plant ze zo dat de bovenkant van de kluit 2 centimer onder de oppervlakte komt te liggen, om uitdroging van wortels te voorkomen. Na een jaar of 3 zal uw heidetuim helemaal dichtgegroeid zijn.

Onderhoud
In een volgroeide heidetuin krijgt onkruid geen weinig kans. Heide moet elk jaar worden gesnoeid om zich te verjongen en om breed uit te groeien. De zomerbloeiende spoorten snoeit u rond half maart. De planten die in de winter bloeien, direct na de bloei. Kies hiervoor wel een dag uit dat het niet vriest. Gebruik een scherpe snoeischaar of heggenschaar en snoei de planten tot op een derde terug. Zorg dat de vorm een beetje bol wordt. Zit de snoeibeurt erop, dan strooit u gedroogde mest tussen de planten. Tijdens het groeiseizoen mest u een paar keer bij met speciale heidemest.